Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
muur, wand
Hij merkte een spin op die tegen de muur omhoog kroop.
wal, verdedigingsmuur
Oude steden werden beschermd door stenen muren.
muur, omheining
De tuin was omgeven door een bakstenen muur.
wand, membraan
De wand van de maag bevat meerdere lagen die helpen bij de spijsvertering.
muur, wand
Ze hing een mooi schilderij aan de muur van de woonkamer.
muur, barrière
Ze voelde alsof ze tegen een muur aanliep in haar carrière, niet in staat om verder te gaan.
muur, wand
De wanden van de tank waren bedekt met rubber.
wand, klif
Klimmers klommen de steile wand van de berg op.
toeschouwer, muur
Ze voelde zich als een muur op het feest, gewoon daar zittend terwijl iedereen aan het socializen was.
ommuuren, omringen met een muur
De tuin was ommuurd om hem te beschermen tegen sterke winden.



























