Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to vindicate
01
rechtvaardigen, rehabiliteren
to prove someone or something right by providing evidence or justification
Transitive: to vindicate an idea or stance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
vindicate
3e persoon enkelvoud
vindicates
onvoltooid deelwoord
vindicating
onvoltooid verleden tijd
vindicated
voltooid deelwoord
vindicated
Voorbeelden
The research findings vindicated the theory, providing strong empirical evidence in support of its validity.
De onderzoeksresultaten bevestigden de theorie, met sterke empirische bewijzen ter ondersteuning van de geldigheid ervan.
Voorbeelden
The new evidence helped to vindicate him of all the charges.
Het nieuwe bewijs hielp om hem van alle aanklachten te vrijspreken.
03
rechtvaardigen, vrijpleiten
to protect from harm or criticism by proving it's right or justified
Transitive: to vindicate sb/sth from harm or challenge
Voorbeelden
His evidence vindicated him from false accusations.
Zijn bewijs vrijwaardde hem van valse beschuldigingen.
Lexicale Boom
vindicated
vindication
vindicator
vindicate
vindic



























