Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
denken, geloven
Hij denkt dat het restaurant de beste pizza van de stad serveert.
denken, geloven
Denk je dat het mogelijk zou zijn om het volume een beetje lager te zetten?
denken, geloven
Wat denk je dat je aan het doen bent, zo roekeloos rijden?
denken, nadenken
Hij kon niet aan een goed antwoord op de vraag denken.
denken, herinneren
Zodra ik de kamer binnenliep, dacht ik aan mijn kindertijdhuis omdat het een vergelijkbare geur had.
denken, nadenken
Hij denkt onafhankelijk en conformeert zich niet aan maatschappelijke normen of verwachtingen.
denken, zich voorstellen
Ik had nooit gedacht dat ik een marathon zou kunnen lopen, maar ik heb het gedaan.
denken, nadenken
Ik was net aan het denken hoe veel ik geniet van het wandelen hier.
nadenken, gedachte
Lexicale Boom



























