to teem
Pronunciation
/ˈtim/

Definitie en betekenis van "teem"in het Engels

to teem
01

wemelen, krioelen

to be filled with a lot of something, indicating a lively and busy atmosphere
Transitive: to teem with sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
teem
3e persoon enkelvoud
teems
onvoltooid deelwoord
teeming
onvoltooid verleden tijd
teemed
voltooid deelwoord
teemed
Voorbeelden
As the concert began, the auditorium teemed with excited fans eagerly awaiting the performance.
Toen het concert begon, wemelde de zaal van opgewonden fans die reikhalzend uitkeken naar de optredens.
02

wemelen, stromen

to move in large numbers, often denoting a rapid and abundant movement of people, animals, or objects
Voorbeelden
People are teeming into the auditorium, excited to attend the concert.
Mensen stromen het auditorium binnen, opgewonden om het concert bij te wonen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store