to resist
re
ri
sist
ˈzɪst
zist
resiftresit

Definitie en betekenis van "resist"in het Engels

to resist
01

weerstaan, verzetten

to use force to prevent something from happening or to fight against an attack 
Transitive: to resist an attack
to resist definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
resist
3e persoon enkelvoud
resists
onvoltooid deelwoord
resisting
onvoltooid verleden tijd
resisted
voltooid deelwoord
resisted
Voorbeelden
Despite being outnumbered, the soldiers managed to resist the enemy's assault. 

Ondanks dat ze in de minderheid waren, slaagden de soldaten erin om de aanval van de vijand te weerstaan.

02

weerstaan, verdragen

to withstand or endure something, particularly a force, influence, or pressure 
Transitive: to resist a force or pressure
Voorbeelden
The paint can resist extreme temperatures without peeling. 

De verf kan extreme temperaturen weerstaan zonder af te bladderen.

03

weerstand bieden, zich verzetten

to actively challenge, oppose, or work against something 
Transitive: to resist an idea or change
Voorbeelden
They resisted the new policy by organizing protests and petitions. 

Ze verzetten zich tegen het nieuwe beleid door protesten en petities te organiseren.

04

weerstaan, zich verzetten

to actively refuse to comply with or give in to something, such as a demand, order, or influence 
Transitive: to resist sth
Voorbeelden
The group resisted the rules imposed by the authority, challenging them at every turn. 

De groep verzette zich tegen de regels die door de autoriteit werden opgelegd en daagde ze bij elke gelegenheid uit.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store