Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to resist
01
weerstaan, verzetten
to use force to prevent something from happening or to fight against an attack
Transitive: to resist an attack
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
resist
3e persoon enkelvoud
resists
onvoltooid deelwoord
resisting
onvoltooid verleden tijd
resisted
voltooid deelwoord
resisted
Voorbeelden
Despite being outnumbered, the soldiers managed to resist the enemy's assault.
Ondanks dat ze in de minderheid waren, slaagden de soldaten erin om de aanval van de vijand te weerstaan.
02
weerstaan, verdragen
to withstand or endure something, particularly a force, influence, or pressure
Transitive: to resist a force or pressure
Voorbeelden
The paint can resist extreme temperatures without peeling.
De verf kan extreme temperaturen weerstaan zonder af te bladderen.
03
weerstand bieden, zich verzetten
to actively challenge, oppose, or work against something
Transitive: to resist an idea or change
Voorbeelden
They resisted the new policy by organizing protests and petitions.
Ze verzetten zich tegen het nieuwe beleid door protesten en petities te organiseren.
04
weerstaan, zich verzetten
to actively refuse to comply with or give in to something, such as a demand, order, or influence
Transitive: to resist sth
Voorbeelden
The group resisted the rules imposed by the authority, challenging them at every turn.
De groep verzette zich tegen de regels die door de autoriteit werden opgelegd en daagde ze bij elke gelegenheid uit.
Lexicale Boom
resistance
resistant
resister
resist



























