Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Nimrod
01
een sukkel, een domoor
an extremely foolish person, often used sarcastically or humorously
Dialect
American
Voorbeelden
After forgetting his own birthday, his friends teased him, calling him a nimrod in good humor.
Nadat hij zijn eigen verjaardag was vergeten, plaagden zijn vrienden hem en noemden hem voor de grap een nimrod.
The supervisor called the employee a nimrod after he accidentally deleted the important files from the server.
De supervisor noemde de werknemer een nimrod nadat hij per ongeluk de belangrijke bestanden van de server had verwijderd.
02
een machtige en bekwame jager, een nimrod
a mighty and skilled hunter
Voorbeelden
As a nimrod, he spent weekends in the woods, honing his skills in tracking and hunting game.
Als een nimrod bracht hij de weekends door in het bos, waarbij hij zijn vaardigheden in het volgen en jagen aanscherpte.
The nimrod patiently waited for hours, camouflaged in the forest, for the perfect moment to take the shot.
De nimrod wachtte urenlang geduldig, gecamoufleerd in het bos, op het perfecte moment om het schot te nemen.
03
een bijbels personage dat wordt beschreven als een achterkleinzoon van Noach en een machtige jager, een bijbelse figuur die wordt gepresenteerd als een achterkleinzoon van Noach en een groot jager
a biblical figure described as a great-grandson of Noah and a mighty hunter
Voorbeelden
The ancient tales celebrated Nimrod as a legendary figure, renowned for his prowess and success in hunting dangerous beasts.
De oude verhalen vierden Nimrod als een legendarische figuur, beroemd om zijn vaardigheid en succes in het jagen op gevaarlijke beesten.



























