Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
über
01
boven, over
Auf der oberen Seite von etwas
grammaticale informatie
Voorbeelden
Die Lampe hängt über dem Tisch.
02
over, overheen
Bewegung über etwas hinweg
Voorbeelden
Wir gehen über die Straße.
We steken over de straat.
03
over, boven
Etwas bedeckt etwas anderes
Voorbeelden
Schnee lag über den Feldern.
Sneeuw lag over de velden.
04
meer dan, boven
Mehr als eine bestimmte Zahl oder Grenze
Voorbeelden
Die Temperatur liegt über dem Gefrierpunkt.
De temperatuur is boven het vriespunt.
05
over, aangaande
Mit dem Thema von etwas
Voorbeelden
Wir sprechen über das Wetter.
We praten over het weer.
06
gedurende, tijdens
Zeitspanne, die andauert
Voorbeelden
Wir haben über das Wochenende gearbeitet.
We hebben gedurende het weekend gewerkt.
01
overgebleven, restant
Noch übrig
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
niet gradueerbaar
onverbuigbaar
Voorbeelden
Ist noch Suppe über?
Is er nog soep over ?
über
01
meer dan, boven
Mehr als normal oder erwartet
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Über 80 Leute kamen zur Party.
Meer dan 80 mensen kwamen naar het feest.



























