öffnen
öff
ˈœf
oef
nen
nən
nēn

Definitie en betekenis van "öffnen"in het Duits

öffnen
01

openen

Etwas aufmachen 
öffnen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
öffne
3e persoon enkelvoud
öffnet
onvoltooid deelwoord
öffnend
onvoltooid verleden tijd
öffnete
voltooid deelwoord
geöffnet
Voorbeelden
Ich öffne die Tür. 

Ik open de deur.

02

openen, ontgrendelen

Aufgehen oder zugänglich werden 
sich öffnen definition and meaning
Voorbeelden
Die Tür öffnet sich langsam. 

De deur opent langzaam.

03

zich openstellen

Sich jemandem anvertrauen 
sich öffnen definition and meaning
Voorbeelden
Sie öffnet sich ihrer Freundin. 

Ze opent zich tegen haar vriendin.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store