Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
om, rond
Zu einer bestimmten Zeit
grammaticale informatie
Voorbeelden
Ich stehe um sieben Uhr auf.
Ik sta om zeven uur op.
02
met, ongeveer
Mit einer bestimmten Menge mehr oder weniger
Voorbeelden
Der Preis ist um 10 Euro gestiegen.
De prijs is gestegen met 10 euro.
03
rond, om
Im Kreis oder herum
Voorbeelden
Der Hund läuft um den Tisch.
De hond rent rond de tafel.
04
bij
An einer Stelle in der Nähe
Voorbeelden
Der Bäcker ist um die Ecke.
De bakker is om de hoek.
05
voor
Für etwas, als Ziel
Voorbeelden
Der Kampf um den Titel war hart.
De strijd om de titel was zwaar.



























