umarmen
umarmen
ʊmʔaʁmən
oomarmēn

Definitie en betekenis van "umarmen"in het Duits

umarmen
01

omhelzen, knuffelen

Jemanden mit den Armen zu umschließen, um Zuneigung, Trost oder Freude auszudrücken 
umarmen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
umarme
3e persoon enkelvoud
umarmt
onvoltooid deelwoord
umarmend
onvoltooid verleden tijd
umarmte
voltooid deelwoord
umarmt
Voorbeelden
Ich umarme meine Freunde zum Abschied. 

Omhelzen mijn vrienden bij het afscheid.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store