umarmen
Pronunciation
/ʊmˈʔaʁmən/

Definitie en betekenis van "umarmen"in het Duits

umarmen
[past form: umarmte]
01

omhelzen, knuffelen

Jemanden mit den Armen zu umschließen, um Zuneigung, Trost oder Freude auszudrücken
umarmen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
umarme
3e persoon enkelvoud
umarmt
onvoltooid deelwoord
umarmend
onvoltooid verleden tijd
umarmte
voltooid deelwoord
umarmt
Voorbeelden
Nach dem langen Flug wollte er seine Familie umarmen.
Na de lange vlucht wilde hij zijn familie omarmen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store