umfahren
umfahren
ʊmfa:ʁɐn
oomfarn
umkehrenumfassenumrührenumfallen

Definitie en betekenis van "umfahren"in het Duits

umfahren
01

omrijden, vermijden door te rijden

Eine Strecke fahren, um etwas herum, ohne hindurchzufahren 
umfahren definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onregelmatig
onscheidbaar
partikel
um
basiswerkwoord
fahren
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
fahre um
3e persoon enkelvoud
fährt um
onvoltooid deelwoord
umfahrend
onvoltooid verleden tijd
umfuhr
voltooid deelwoord
umfahren
Voorbeelden
Wir müssen das Hindernis umfahren. 

We moeten het obstakel omrijden.

02

omverrijden

Mit einem Fahrzeug jemanden oder etwas anfahren und zu Boden werfen 
Voorbeelden
Der Fahrer hat ein Fahrrad umgefahren. 

De bestuurder heeft een fiets aangereden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store