ankommen
Pronunciation
/ˈanˌkɔmən/

Definitie en betekenis van "ankommen"in het Duits

ankommen
01

aankomen

An einem Ort eintreffen
ankommen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
onregelmatig
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
kommen
hulpwerkwoord
sein
1e persoon enkelvoud
komme an
3e persoon enkelvoud
kommt an
onvoltooid deelwoord
ankommend
onvoltooid verleden tijd
kam an
voltooid deelwoord
angekommen
Voorbeelden
Sie sind gestern in Berlin angekommen.
Zij zijn gisteren in Berlijn aangekomen.
02

belangrijk zijn, ertoe doen

Von Bedeutung sein
ankommen definition and meaning
Voorbeelden
Beim Sport kommt es auf Teamwork an.
In sport komt het aan op teamwork.
03

overweldigen, overspoelen

Verstanden oder gelernt werden
ankommen definition and meaning
Voorbeelden
Ein seltsames Gefühl kam bei mir an.
Een vreemd gevoel kwam bij me op.
04

goed ontvangen worden, gewaardeerd worden

Positive Reaktion hervorrufen
ankommen definition and meaning
Voorbeelden
Der neue Kollege ist im Team gut angekommen.
De nieuwe collega is goed ontvangen in het team.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store