Zoeken
ankommen
01
aankomen
An einem Ort eintreffen
Voorbeelden
Sie sind gestern in Berlin angekommen.
Zij zijn gisteren in Berlijn aangekomen.
02
belangrijk zijn, ertoe doen
Von Bedeutung sein
Voorbeelden
Beim Sport kommt es auf Teamwork an.
In sport komt het aan op teamwork.
03
overweldigen, overspoelen
Verstanden oder gelernt werden
Voorbeelden
Ein seltsames Gefühl kam bei mir an.
Een vreemd gevoel kwam bij me op.
04
goed ontvangen worden, gewaardeerd worden
Positive Reaktion hervorrufen
Voorbeelden
Der neue Kollege ist im Team gut angekommen.
De nieuwe collega is goed ontvangen in het team.


























