énerver
01
irriteren, ergeren
faire perdre patience ou rendre quelqu'un irrité
Voorbeelden
Elle a été énervée par son comportement.
Ze werd geërgerd door zijn gedrag.
02
zich ergeren, geduld verliezen
devenir irrité, perdre patience ou calme
Voorbeelden
Tu t' énerves trop vite.
Je raakt geïrriteerd te snel.



























