Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mélanger
01
mengen, combineren
combiner des substances pour les rendre homogènes
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
mélange
1e persoon meervoud
mélangeons
1e persoon toekomende tijd
mélangerai
onvoltooid deelwoord
mélangeant
voltooid deelwoord
mélangé
1e persoon meervoud imperfectum
mélangions
Voorbeelden
Mélange bien la sauce avant de servir.
Meng de saus goed voor het serveren.
02
verwarren, mengen
faire une erreur en associant des éléments distincts
Voorbeelden
Ne mélange pas nos affaires !
Verwar onze spullen niet!
03
schudden, mengen
remuer ou agiter les cartes pour que leur ordre soit aléatoire avant de les distribuer
Voorbeelden
Mélanger les cartes assure un jeu équitable.
Schudden van de kaarten zorgt voor een eerlijk spel.
04
mengen, combineren
devenir un ensemble homogène par combinaison
Voorbeelden
L' huile et le vinaigre ne se mélangent pas.



























