marquer
Pronunciation
/maʀke/

Definitie en betekenis van "marquer"in het Frans

marquer
01

scoren, een doelpunt maken

inscrire un point dans un jeu sportif
marquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
marque
1e persoon meervoud
marquons
1e persoon toekomende tijd
marquerai
onvoltooid deelwoord
marquant
voltooid deelwoord
marqué
1e persoon meervoud imperfectum
marquions
Voorbeelden
Notre équipe pourrait marquer avant la mi-temps.
Ons team zou voor de rust kunnen scoren.
02

markeren, aanduiden

faire une trace ou une indication visible
marquer definition and meaning
Voorbeelden
J' ai marqué ton nom sur la liste.
Ik heb je naam op de lijst gemarkeerd.
03

indruk maken, een blijvende indruk achterlaten

laisser une impression durable sur quelqu'un
marquer definition and meaning
Voorbeelden
Cette rencontre a marqué ma jeunesse.
Deze ontmoeting heeft mijn jeugd getekend.
04

aankondigen, verkondigen

rendre public ou faire connaître officiellement
marquer definition and meaning
Voorbeelden
Ils ont marqué leur opposition clairement.
Ze hebben hun verzet duidelijk gemarkeerd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store