Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
koud, ijskoud
basse température, absence de chaleur
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus froid
vergrotende trap
plus froid
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
froid
mannelijk meervoud
froids
vrouwelijk enkelvoud
froide
vrouwelijk meervoud
froides
Voorbeelden
J' ai les mains froides en hiver.
Ik heb koude handen in de winter.
02
koud, gevoelloos
qui manque de chaleur émotionnelle
Voorbeelden
Il a répondu d' un ton froid.
Hij antwoordde in een koude toon.
03
koelbloedig, onverstoorbaar
qui agit avec calme et sans émotion, souvent de manière cruelle
Voorbeelden
Elle a pris cette décision d' un cœur froid.
Ze nam deze beslissing met een koud hart.
04
koud, koel
se dit d'une couleur qui évoque la fraîcheur ou la froideur, généralement les tons bleus, verts ou violets
Voorbeelden
Les couleurs froides donnent une impression de calme et de sérénité.
Koude kleuren geven een indruk van kalmte en sereniteit.
Le froid
[gender: masculine]
01
verkoudheid, neusverkoudheid
maladie due à l'exposition au froid
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
froids
Voorbeelden
Un bon thé pour soigner ton froid.
Een goede thee om je verkoudheid te genezen.



























