encaisser
encaisser
ɑ̃kaese
aakaese
engraisserencrasser

Definitie en betekenis van "encaisser"in het Frans

encaisser
01

innen

recevoir de l'argent en échange d'un paiement ou d'un document 
encaisser definition and meaning
Voorbeelden
Elle encaisse son salaire chaque mois. 

Zij incasseert haar salaris elke maand.

02

verdragen, uitstaan

supporter une situation ou une personne difficile 
encaisser definition and meaning
Voorbeelden
Je ne peux pas encaisser ce type. 

Ik kan deze vent niet verdragen.

03

omringen, omsingelen

entourer ou envelopper quelque chose 
encaisser definition and meaning
Voorbeelden
Les bois encaissaient la route de chaque côté. 

De bossen omringden de weg aan elke kant.

04

een doelpunt incasseren

recevoir un but dans un match 
encaisser definition and meaning
Voorbeelden
L'équipe a encaissé un but en fin de match. 

Het team heeft aan het einde van de wedstrijd een doelpunt geïncasseerd.

05

in de kassa doen, in de kassa plaatsen

mettre de l'argent ou un objet dans un récipient sécurisé 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
encaisse
1e persoon meervoud
encaissons
1e persoon toekomende tijd
encaisserai
voltooid deelwoord
encaissé
1e persoon meervoud imperfectum
encaissions
Voorbeelden
La caissière encaisse l'argent dans la caisse. 

De kassamedewerker plaatst het geld in de kassa.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store