Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
general
01
algemeen, gebruikelijk
involving or affecting all or most people or things
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The general trend shows growth in sales.
De algemene trend laat een groei in verkopen zien.
02
algemeen, globaal
applying to many different things, rather than being specific to just one type or class
Voorbeelden
The workshop provided general guidance on time management strategies applicable to various professions.
De workshop bood algemene richtlijnen voor timemanagementstrategieën die van toepassing zijn op verschillende beroepen.
03
algemeen, gebruikelijk
applicable in most or all cases, without exceptions
Voorbeelden
The general assumption was that it would rain.
De algemene aanname was dat het zou regenen.
Voorbeelden
The general supervisor is responsible for the team's performance.
De algemene toezichthouder is verantwoordelijk voor de prestaties van het team.
General
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
generals
Voorbeelden
The general's decisions during the conflict were pivotal, showcasing his tactical brilliance and leadership under pressure.
De beslissingen van de generaal tijdens het conflict waren cruciaal, wat zijn tactische briljantie en leiderschap onder druk toonde.
02
algemeenheid, algemeen principe
a fact, idea, or statement that applies to a whole, rather than to specific details or particular cases
Voorbeelden
The general of the report highlighted the main issues.
Het algemene deel van het rapport benadrukte de belangrijkste problemen.
03
de generaal van de orde, de generale overste
the superior or leader of a specific religious order, such as the Dominicans or Jesuits
Voorbeelden
The general called for a meeting of all regional leaders.
De generaal riep een vergadering bijeen van alle regionale leiders.
to general
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
general
3e persoon enkelvoud
generals
onvoltooid deelwoord
generaling
onvoltooid verleden tijd
generaled
voltooid deelwoord
generaled
Voorbeelden
The general was able to successfully general the army through difficult terrain.
De generaal kon het leger succesvol door moeilijk terrein leiden.
Lexicale Boom
generality
generalize
generally
general
gener



























