Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
verblijfplaats, woning
a place where someone lives
Voorbeelden
The nomads had no fixed abode, always moving from place to place.
De nomaden hadden geen vaste woonplaats, ze trokken altijd van plaats naar plaats.
02
verblijf, tijdelijk verblijf
a period of residence or temporary stay in a place
Voorbeelden
During her summer abode in Paris, she explored every museum and café in the city.
Tijdens haar zomerverblijf in Parijs, verkende ze elk museum en café in de stad.



























