Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to confirm
01
bevestigen, verifiëren
to show or say that something is the case, particularly by providing proof
Transitive: to confirm sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
confirm
3e persoon enkelvoud
confirms
onvoltooid deelwoord
confirming
onvoltooid verleden tijd
confirmed
voltooid deelwoord
confirmed
Voorbeelden
The doctor confirmed the diagnosis with the results of the blood test.
De arts bevestigde de diagnose met de resultaten van de bloedtest.
02
bevestigen, valideren
to make something such as an arrangement, position, etc. more definite
Transitive: to confirm an arrangement or commitment
Voorbeelden
The manager confirmed the meeting time before sending out the invitations.
De manager bevestigde de vergadertijd voordat hij de uitnodigingen verstuurde.
03
bevestigen, versterken
to make something stronger or more secure
Transitive: to confirm sth
Voorbeelden
The coach's advice confirmed the player's confidence before the big game.
Het advies van de coach bevestigde het vertrouwen van de speler voor de grote wedstrijd.
04
bevestigen, versterken
to strengthen or support someone's belief, opinion, or feeling
Transitive: to confirm a belief or opinion
Voorbeelden
Her kind words confirmed my belief that I can succeed.
Haar vriendelijke woorden bevestigden mijn geloof dat ik kan slagen.
Lexicale Boom
confirmable
confirmation
confirmative
confirm



























