Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wince
01
grimassen maken, terugdeinzen van pijn
to show a facial expression that signifies shame or pain
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wince
3e persoon enkelvoud
winces
onvoltooid deelwoord
wincing
onvoltooid verleden tijd
winced
voltooid deelwoord
winced
Voorbeelden
He could n't help but wince when he heard his own voice on the recording; it sounded so different.
Hij kon niet anders dan grimassen toen hij zijn eigen stem op de opname hoorde; het klonk zo anders.
01
grimas, pijnuitdrukking
a brief facial expression that reveals sudden pain, embarrassment, or discomfort
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
winces
Voorbeelden
The audience reacted with a collective wince at the awkward joke.
Het publiek reageerde met een collectieve grimas op de onhandige grap.
02
grimas, samentrekking
an automatic physical reaction to sudden pain, often involving a slight flinch or tightening of the muscles
Voorbeelden
A sudden wince escaped him when he stubbed his toe.
Een plotselinge grimas van pijn ontsnapte hem toen hij zijn teen stootte.



























