to uprise
Pronunciation
/ˈəpɹaɪz/

Definitie en betekenis van "uprise"in het Engels

to uprise
01

opstaan, uit bed komen

get up and out of bed
to uprise definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
uprise
3e persoon enkelvoud
uprises
onvoltooid deelwoord
uprising
onvoltooid verleden tijd
uprose
voltooid deelwoord
uprisen
02

opstijgen, omhooggaan

move upward
to uprise definition and meaning
03

herrijzen, terugkeren uit de dood

return from the dead
04

opkomen, verschijnen

come up, of celestial bodies
05

opstaan, zich verheffen

to rise or stand up, often with a sense of effort or in a gradual motion
Voorbeelden
After sitting for hours, I had to uprise slowly to avoid dizziness.
Na urenlang te hebben gezeten, moest ik langzaam opstaan om duizeligheid te voorkomen.
06

opstaan, in opstand komen

rise up as in fear
07

opstijgen, omhooggaan

ascend as a sound
08

ontstaan, opkomen

come into existence; take on form or shape
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store