to talk
talk
tɔ:k
tawk
tacktyketiketec

Definitie en betekenis van "talk"in het Engels

to talk
01

praten, bespreken

to tell someone about the feelings or ideas that we have 
Intransitive: to talk | to talk about sth | to talk of sth
to talk definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
talk
3e persoon enkelvoud
talks
onvoltooid deelwoord
talking
onvoltooid verleden tijd
talked
voltooid deelwoord
talked
Voorbeelden
He talked to his friend about his recent breakup. 

Hij sprak met zijn vriend over zijn recente break-up.

1.1

praten, bespreken

to discuss a particular thing with someone, especially something that is important or serious 
Transitive: to talk about sth
to talk definition and meaning
Voorbeelden
He talked to his doctor about his chronic pain. 

Hij sprak met zijn arts over zijn chronische pijn.

1.2

roddelen, kletsen

to gossip about someone's personal life 
Intransitive
to talk definition and meaning
Voorbeelden
If you go out with him, you'll have the whole town talking. 

Als je met hem uitgaat, zal de hele stad praten.

1.3

praten

to use a specific language in speaking 
Transitive: to talk a language | to talk in a language
Voorbeelden
Are they talking Italian or Spanish? 

Spreken ze Italiaans of Spaans?

1.4

praten, bekennen

to make confidential information or a secret known 
Intransitive
Voorbeelden
She threatened to ground her son until he talked and told her the truth. 

Ze dreigde haar zoon te straffen tot hij sprak en haar de waarheid vertelde.

1.5

praten, spreken

to have the ability to communicate by speech 
Intransitive
Voorbeelden
The baby is starting to talk and say a few words. 

De baby begint te praten en een paar woorden te zeggen.

1.6

schatten, berekenen

to estimate the cost or the time it takes for something to happen 
Transitive: to talk an amount of money or time
Voorbeelden
Are we talking a few months or are we talking a year? 

Hebben we het over een paar maanden of hebben we het over een jaar?

01

lezing, toespraak

a lecture or speech given to an audience on a specific subject 
talk definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
talks
Voorbeelden
The professor gave a talk on climate change. 

De professor gaf een lezing over klimaatverandering.

02

gesprek

a form of communication using spoken words 
talk definition and meaning
Voorbeelden
After a long talk, they finally resolved their differences. 

Spreken na een lang gesprek, hebben ze uiteindelijk hun verschillen opgelost.

03

roddel, gerucht

idle gossip or rumor 
04

gesprekken, onderhandelingen

a formal conversation or meeting between people, often to resolve an issue or reach an agreement 
Voorbeelden
The government is holding peace talks with the rebel leaders. 

De regering voert vredesgesprekken met de rebellenleiders.

05

lezing, toespraak

a speech that is open to the public 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store