Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to belie
01
weerspreken, tegenspreken
to fail to live up to a claim, promise, or expectation
Voorbeelden
The team 's winless season belied preseason predictions of a championship run.
Het winloze seizoen van het team weersprak de voorseizoensvoorspellingen van een titelrace.
02
weerspreken, tegenspreken
to create an impression of something or someone that is false
Voorbeelden
Her friendly smile belies a competitive nature.
Haar vriendelijke glimlach verbergt een competitieve aard.



























