Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to awaken
01
ontwaken, wekken
to stop sleeping and become aware
Intransitive
Voorbeelden
The gentle sunrise helped her awaken peacefully.
De zachte zonsopgang hielp haar vredig ontwaken.
02
wekken, ontwaken
to bring someone from sleep or unconsciousness to a state of awareness or alertness
Transitive: to awaken sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
awaken
3e persoon enkelvoud
awakens
onvoltooid deelwoord
awakening
onvoltooid verleden tijd
awakened
voltooid deelwoord
awakened
Voorbeelden
The soft chime of her alarm clock awakened her gently.
Het zachte geluid van haar wekker wekte haar zachtjes.
03
wekken, bewust maken
to cause someone to become aware of something, often by providing new information or insights
Transitive: to awaken sb to sth
Voorbeelden
The documentary awakened viewers to the devastating impact of climate change.
De documentaire wekte kijkers op over de verwoestende impact van klimaatverandering.
Lexicale Boom
awakened
awakening
reawaken
awaken



























