swaddlesweetie
van 69
swaddlesweetie
swaddle[v]

inbakeren,strak inwikkelen

swaddle blanket[n]

inbakerdoek,wikkeldekentje

swaddling bands[n]

wikkelbanden,luierdoeken

swaddling clothes[n]

wikkeldoek,luier

swadesh list[n]

Swadesh-lijst,lijst van Swadesh

swag[n][v]

bundel,bagage • zwaar of onstabiel zwaaien,sterk of onstabiel slingeren

swag it out[phrase]
swagger[v][n][adj]

paraderen,arrogant lopen • arrogante gang,pronkerige manier van lopen • stijlvol,modieus

swahili[n]

Swahili,de Swahili-taal

swain[n]

minnaar,vrijer

swak[phrase]
swallow[v][n]

slikken,doorslikken • zwaluw,gierzwaluw

swallow pride[phrase]

zijn trots inslikken

swallow-tailed coat[n]

rok,jas met zwaluwstaart

swallowtail[n]

zwaluwstaart,zwaluwstaartvlinder

swamp[n][v]

moeras,zomp • overstromen,onder water zetten

swamp fever[n]

moeraskoorts,infectieuze anemie bij paarden

swamp locust[n]

moerassprinkhaan,sprinkhaan aangepast aan natte omgevingen

swampy[adj]

moerassig,drassig

swan[n][v]

zwaan,watervogel • zweren,plechtig verklaren

swan song[n]

zwanenzang

swank[n][v][adj]

elegantie,stijl • pronken,opscheppen • chique,elegant

swanky[adj]

chique,luxueus

swap[v][n]

ruilen,wisselen • ruil,uitwisseling

swarm[v][n]

zwermen,toestromen • zwerm,wolk

swarmer[n]

aanvaller,stormer

swarming[n]

groepsaanval,collectieve aanval

swart[adj]

donker,getint

swarthy[adj]

donker,gebruind

swash[n][v]

het kabbelen,het geruis van de golven • opscheppen,arrogant doen

swashbuckler[n]

zwaardvechter,avonturier

swashbuckler film[n]

mantel-en-degenfilm,avonturenfilm met zwaardgevechten

swashbuckling[n][adj]

mantel-en-degen,avonturen met mantel en degen • avontuurlijk,moedig en charismatisch

swat[n][v]

scherpe klap,harde klap • slaan,meppen

swathe[v][n]

inwikkelen,omhullen • omhullende bandage,inwikkelend verband

sway[v][n]

zwaaien,wiegen • invloed,controle

swear[v]

vloeken,schelden

swear a blue streak[phrase]

vloeken als een ketter

swear by[v]

zweren bij,ervan overtuigd zijn dat iets goed of nuttig is

swear in[v]

beëdigen,installeren

sweat[n][v]

zweet, transpiratie • zweten,transpireren

sweat buckets[phrase]
sweat bullets[phrase]
sweat duct[n]

zweetkanaal,zweetklierkanaal

sweat gland[n]

zweetklier,transpiratieklier

sweat like a pig[phrase]

zweten als een otter

sweat room[n]

zweethut,Fins stoombad

sweat sesh[n]

intensieve zweet sessie,intensieve trainingssessie

sweat sock[n]

sport sok,atletiek sok

sweatband[n]

zweetband,hoofdband

sweater[n]

trui,pullover

sweating sickness[n]

zweetziekte,Engels zweet

sweatpants[n]

trainingsbroek,joggingbroek

sweats[n]

trainingspak,sportkleding

sweatshirt[n]

sweatshirt,trainingsjack

sweatshop[n]

uitbuitingsfabriek,zweetfabriek

sweaty[adj]

bezweet,zweterig

swede[n]

koolraap,gele wortel

sweden[n]

Zweden

swedish[adj][n]

Zweeds • Zweeds

swedish meatball[n]

Zweedse gehaktbal,Zweeds vleesballetje

swedish turnip[n]

koolraap,rutabaga

sweep[v][n]

vegen,schoonmaken door te vegen • omvang,bereik

sweep aside[v]

opzij vegen,negeren

sweep off feet[phrase]

iemand omver blazen

sweep shot[n]

veegslag,veegschot

sweep under the carpet[phrase]
sweep under the rug[phrase]

iets onder het tapijt vegen

sweep up[v]

vegen,opruimen

sweeper[n]

veger,weinig bekende nachtelijke vis van warme ondiepe zeeën met een langwerpig samengedrukt lichaam

sweeping[adj][n]

verreikend,uitgebreid • vegen,schoonmaken

sweepstakes[n]

prijsvraag,loterij

sweet[adj][n][adv]

zoet,suikerhoudend • snoep,zoetigheid • zoet,liefdevol

sweet as pie[phrase]

heel vriendelijk

sweet as sugar[phrase]
sweet basil[n]

zoete basilicum,bladeren van gewone basilicum

sweet cherry[n]

zoete kers,suikerkers

sweet corn[n]

suikermaïs,zoete maïs

sweet lemon[n]

zoete citroen,citroenboom met zoet fruit

sweet melon[n]

zoete meloen,suikermeloen

sweet nothings[n]

lieve woordjes

sweet orange[n]

zoete sinaasappel,suikersinaasappel

sweet pepper[n]

paprika,zoete peper

sweet potato[n]

zoete aardappel,bataat

sweet roll[n]

zoete broodrol,zoet rolletje

sweet tea[n]

zoete thee,koude zoete thee

sweet things are bad for teeth[sentence]
sweet tooth[n]

zoete tand,voorliefde voor zoetigheid

sweet woodruff[n]

lievevrouwebedstro,meikruid

sweet-and-sour[adj]

zoetzuur,zuurzoet

sweet-flavored[adj]

zoet van smaak,aangenaam zoet

sweet-scented[adj]

geurig,welriekend

sweet-smelling[adj]

geurig,zoetgeurend

sweetbread[n]

zwezerik,alvleesklier

sweeten[v]

verzoeten,aangenamer maken

sweeten the deal[phrase]
sweetened[adj]

gezoet,gesuikerd

sweetener[n]

zoetstof,suiker

sweetheart[n][adj]

schat,liefde • lieveling,bevoorrecht

sweetie[n]

schat,lieverd

LanGeek
Download de App