Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
zwaan, watervogel
a large bird that is normally white, has a long neck and lives on or around water
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
swans
Voorbeelden
Children fed breadcrumbs to the swans at the park, marveling at their gentle demeanor and graceful movements.
De kinderen voerden broodkruimels aan de zwanen in het park, verwonderd over hun zachte gedrag en gracieuze bewegingen.
to swan
01
zweren, plechtig verklaren
to declare or affirm solemnly and formally as true
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
swan
3e persoon enkelvoud
swans
onvoltooid deelwoord
swanning
onvoltooid verleden tijd
swanned
voltooid deelwoord
swanned
02
rondzwerven, dolen
move about aimlessly or without any destination, often in search of food or employment
03
majestueus glijden, zich majestueus bewegen
sweep majestically



























