Zoeken
für
01
voor
Zeigt, wem etwas gehört oder zugedacht ist
Voorbeelden
Das ist für Kinder verboten.
Dat is verboden voor kinderen.
02
voor
Drückt Zustimmung oder Unterstützung aus
Voorbeelden
Sie stimmten für den Kandidaten.
Zij stemden voor de kandidaat.
03
voor
Gibt den Preis an
Voorbeelden
Die Tasche war für 50 Euro im Angebot.
De tas was in de aanbieding voor 50 euro.
04
in plaats van, als vervanging voor
Drückt Ersatz oder Vertretung aus
Voorbeelden
Kannst du das für mich tun?
Kun je dat voor mij doen?
05
vanwege
Gibt den Grund oder Anlass an
Voorbeelden
Ich bin dir für alles dankbar.
Ik ben je dankbaar voor alles.
06
voor, gedurende
Gibt eine Zeitdauer an
Voorbeelden
Wir gehen für ein Jahr ins Ausland.
We gaan voor een jaar naar het buitenland.
07
als, in de hoedanigheid van
Beschreibt eine Funktion oder Rolle
Voorbeelden
Ich komme für einen Freund.
Ik kom voor een vriend.
08
naar, voor
Zeigt eine Richtung oder Ziel an
Voorbeelden
Ich schreibe den Bericht für meinen Chef.
Ik schrijf het rapport voor mijn baas.


























