fürchten
Pronunciation
/ˈfʏʁçtən/

Definitie en betekenis van "fürchten"in het Duits

fürchten
[past form: fürchtete]
01

vrezen, bang zijn voor

Sich Sorgen machen oder Angst vor etwas haben
fürchten definition and meaning
example
Voorbeelden
Wir fürchten die Folgen der Entscheidung.
Wij vrezen de gevolgen van de beslissing.
02

vreesen, bang zijn voor

Angst vor jemandem oder etwas haben
fürchten definition and meaning
example
Voorbeelden
Wir fürchten die Zukunft.
Wij vrezen de toekomst.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store