provoquer
Pronunciation
/pʀɔvɔke/

Definitie en betekenis van "provoquer"in het Frans

provoquer
01

veroorzaken, uitlokken

être la cause directe d'un événement, d'une réaction ou d'un effet
provoquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
provoque
1e persoon meervoud
provoquons
1e persoon toekomende tijd
provoquerai
onvoltooid deelwoord
provoquant
voltooid deelwoord
provoqué
1e persoon meervoud imperfectum
provoquions
Voorbeelden
Le tremblement de terre a provoqué de nombreux dégâts.
De aardbeving veroorzaakte veel schade.
02

uitdagen, weerstaan

ne pas céder face à quelqu'un, continuer à résister ou défier
provoquer definition and meaning
Voorbeelden
Les manifestants ont provoqué les forces de l' ordre.
De demonstranten provoceren de ordetroepen.
03

uitlokken, oproepen

pousser quelqu'un à réagir ou à agir, souvent de façon forte ou négative
Voorbeelden
Ce geste peut provoquer une réaction violente.
Dit gebaar kan een gewelddadige reactie uitlokken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store