provoquer
pro
pʁɔ
praw
vo
vaw
quer
ke
ke

Definitie en betekenis van "provoquer"in het Frans

provoquer
01

veroorzaken, uitlokken

être la cause directe d'un événement, d'une réaction ou d'un effet 
provoquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
provoque
1e persoon meervoud
provoquons
1e persoon toekomende tijd
provoquerai
onvoltooid deelwoord
provoquant
voltooid deelwoord
provoqué
1e persoon meervoud imperfectum
provoquions
Voorbeelden
Ce médicament peut provoquer des effets secondaires. 

Dit medicijn kan bijwerkingen veroorzaken.

02

uitdagen, weerstaan

ne pas céder face à quelqu'un, continuer à résister ou défier 
provoquer definition and meaning
Voorbeelden
Il a provoqué son adversaire sans jamais céder. 

Hij daagde zijn tegenstander uit zonder ooit toe te geven.

03

uitlokken, oproepen

pousser quelqu'un à réagir ou à agir, souvent de façon forte ou négative 
Voorbeelden
Il a provoqué une dispute avec ses paroles. 

Hij provokeerde een ruzie met zijn woorden.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store