Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
encore
01
nog, steeds
indique que quelque chose continue ou se répète
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Il travaille encore à cette heure-ci.
Hij werkt nog op dit tijdstip.
02
nog een keer, opnieuw
une fois de plus, de nouveau
Voorbeelden
Il veut essayer encore.
Hij wil het nog een keer proberen.
03
nog, een andere
un autre, supplémentaire
Voorbeelden
Je veux encore un café.
Ik wil nog een koffie.
04
ook, bovendien
en plus, de la même manière
Voorbeelden
Elle viendra encore à la fête.
Ze zal ook naar het feest komen.
05
zeer, uiterst
indiquant une grande intensité ou quantité
Voorbeelden
Il est encore plus intelligent que son frère.
Hij is nog intelligenter dan zijn broer.
06
alleen, slechts
uniquement , rien d'autre que
Voorbeelden
Il veut encore un morceau de gâteau.
Hij wil alleen een stuk taart.
07
nog, zelfs
indiquant une intensification ou l'inclusion de quelque chose de plus
Voorbeelden
Elle est encore plus belle aujourd'hui.
Ze is vandaag nog mooier.
08
zojuist, net
à cet instant précis, exactement maintenant
Voorbeelden
Il est arrivé encore.
Hij is zojuist aangekomen.



























