Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bâiller
01
geeuwen, de mond openen tijdens het geeuwen
ouvrir involontairement la bouche profondĂŠment en inspirant, par fatigue ou ennui
Voorbeelden
Les Êlèves bâillaient en Êcoutant le professeur.
De leerlingen gaapten terwijl ze naar de leraar luisterden.



























