arranger
arranger
aʁɑ̃ʒe
araazhe
arracher

Definitie en betekenis van "arranger"in het Frans

arranger
01

arrangeren, ordenen

mettre quelque chose en bon ordre ou dans une disposition agréable 
arranger definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
arrange
1e persoon meervoud
arrangeons
1e persoon toekomende tijd
arrangerai
onvoltooid deelwoord
arrangeant
voltooid deelwoord
arrangé
1e persoon meervoud imperfectum
arrangions
Voorbeelden
Elle arrange les fleurs dans un vase. 

Zij rangschikt de bloemen in een vaas.

02

organiseren, inrichten

rendre quelque chose plus beau ou mieux présenté 
Voorbeelden
Elle arrange ses cheveux avant de sortir. 

Ze stelt haar haar bij voordat ze uitgaat.

03

arrangeren, aanpassen

adapter une musique ou un morceau pour un autre style ou ensemble 
Voorbeelden
Le compositeur arrange une chanson pour orchestre. 

De componist arrangeert een lied voor orkest.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store