arriver
Pronunciation
/aʀive/

Definitie en betekenis van "arriver"in het Frans

arriver
01

aankomen, bereiken

atteindre un lieu ou un moment précis
arriver definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
arrive
1e persoon meervoud
arrivons
1e persoon toekomende tijd
arriverai
onvoltooid deelwoord
arrivant
voltooid deelwoord
arrivé
1e persoon meervoud imperfectum
arrivions
Voorbeelden
Nous sommes arrivés à Paris hier soir.
We zijn gisteravond in Parijs aangekomen.
02

gebeuren, plaatsvinden

se produire ou avoir lieu
arriver definition and meaning
Voorbeelden
Il ne savait pas ce qui allait arriver.
Hij wist niet wat er ging gebeuren.
03

slagen, bereiken

réussir à accomplir quelque chose ou atteindre un objectif
Voorbeelden
Nous sommes arrivés à résoudre le problème après plusieurs essais.
We zijn erin geslaagd om het probleem na verschillende pogingen op te lossen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store