arrondir
01
afronden, benaderen
modifier un nombre pour le simplifier en conservant une valeur approchée
Voorbeelden
J' ai arrondi le total à l' euro près.
Ik heb het totaal afgerond op de dichtstbijzijnde euro.
02
afronden naar boven, licht verhogen
augmenter légèrement un montant ou une quantité
Voorbeelden
On peut arrondir la mesure pour plus de facilité.
We kunnen de meting voor het gemak afronden.
03
afronden, uitbreiden
élargir ou développer progressivement quelque chose
Voorbeelden
Elle arrondit constamment ses compétences linguistiques.
Ze breidt voortdurend haar taalvaardigheden uit.
04
ronder worden, dikker worden
prendre du ventre, devenir plus gros (en parlant du physique)
Voorbeelden
Attention, tu es en train de t' arrondir un peu trop !
Pas op, je wordt een beetje te rond!



























