d'accorddéconnecter
van 7
d'accorddéconnecter
d'accord[adv]

akkoord,instemmend

d'ailleurs[adv]

bovendien,trouwens

d'après[prep]
dactylographe[n]

typist,machine-schrijver

daf[n]

daf,grote raamtrom met bekkens of metalen ringen

daigner[v]
daim[n]

suede,wildleder

dalle[n]
dalmatien[n]

dalmatiër,dalmatiërhond

dames[n]

dammen,damspel

damier[n]

schaakbord,dambord

danemark[n]
danger[n]

gevaar,risico

dangereux[adj]

gevaarlijk,riskant

danois[adj][n]
dans[prep]

in

dans le tuyau[phrase]
danse[n]

dans,danskunst

danser[v]

dansen

danseur[n]

danser,danseres

danseur principal[n]

hoofddanser,solodanser

dard[n]

angel,doorn

datation[n]
date[n]

datum,dag

date de naissance[n]

geboortedatum,geboortedag

date de péremption[n]

houdbaarheidsdatum,vervaldatum

dater[v]

dateren,uit een bepaalde tijd stammen

datte[n]

dadel,dadel

dauphin[n]

dolfijn,dolfijn

davantage[adv]
de[det][prep]

wat • van

[n]

dobbelsteen,speldobbelsteen

de tout premier plan[phrase]
de toute évidence[phrase]
déambulateur[n]

looprek,rollator

déambuler[v]
débâcle[n]
déballage[n]
débarquer[v]

lossen, uitladen

débat[n]

debat,discussie

débattre[v]

debatteren,discussiëren

débiteur[adj]

schuldenaar,verplichte

débloquer[v]

bevrijden,ontgrendelen

débogage[n]
déboires[n]
déboisement[n]
déboîter[v]

ontwrichten,uit de kom schieten

déborder[v]

overlopen,overstromen

débouché[n]
déboucher[v]

ontkurken,openen

débouler[v]
debout[adv]

staand,rechtop

débouter[v]
déboutonner[v]

ontknopen,knopen losmaken

débrancher[v]

loskoppelen,uit het stopcontact halen

débrouillard[adj]

vindingrijk,handig

débrouiller[v]

ontwarren,ontknopen

débutant[n][adj]

beginner,nieuweling • beginner,nieuweling

débuter[v]
décadence[n]

verval,decadentie

décagone[n]

tienhoek,veelhoek met tien zijden

décalage[n]

tijdsverschil,tijdsafwijking

décaper[v]
décapeur thermique[n]

warmtepistool,verwarmingspistool

décéder[v]

overlijden,sterven

décembre[n]

december,de maand december

décennie[n]
décentralisation[n]
déception[n]

teleurstelling,ontgoocheling

décerner[v]

toekennen,uitreiken

décès[n]

overlijden,dood

décevant[adj]

teleurstellend,niet aan de verwachtingen voldoend

décevoir[v]

teleurstellen,ontgoochelen

décharge[n]
décharger[v]

lossen,uitladen

déchéance[n]
déchet[n]

afval,schroot

déchets[n]

afval,vuilnis

déchetterie[n]

recyclingcentrum,afvalbrengstation

déchiffrer[v]

ontcijferen,decoderen

déchiqueter[v]

verscheuren,vergruizen

déchiré[adj]

gescheurd,gereten

déchirer[v]

scheuren,verscheuren

décider[v]

beslissen,bepalen

décision[n]

beslissing,besluit

déclaration[n]

verklaring,verklaring

déclarer[v]

verklaren,officieel aankondigen

déclencher[v]
déclencheur[n]
déclin[n]

verval,afname

décliner[v]

afnemen,verzwakken

décoiffer[v]

het haar in de war maken,het kapsel verpesten

décoller[v]

opstijgen,van de grond komen

décolleté[n]

decolleté,halslijn

décomposer[v]
déconcentrer[v]

afleiden,de concentratie verliezen

déconcertant[adj]

verbijsterend,verontrustend

déconcerter[v]

in verwarring brengen,verontrusten

décongeler[v]
déconnecter[v]

loskoppelen,ontkoppelen

LanGeek
Download de App