désarmementdiadème
van 7
désarmementdiadème
désarmement[n]
désarroi[n]
désastre[n]

ramp,verwoesting

désaveu[n]
descendance[n]

nakomelingen,afstammelingen

descendre[v]

afdalen,naar beneden gaan

descente[n]
description[n]

beschrijving,weergave

désenchantement[n]

ontgoocheling,ontmoediging

déséquilibré[adj]
désert[n][adj]

woestijn,onherbergzaam gebied • verlaten,onbewoond

désertification[n]

woestijnvorming,verwoestijning

désertique[adj]

woestijnachtig,woestijnachtig

désespéré[adj]

wanhopig,hopeloos

désespérer[v]

wanhopen,de hoop verliezen

désespoir[n]

wanhoop,hopeloosheid

déshabiller[v]

zich uitkleden,ontkleden

désherber[v]

onkruid wieden,onkruid verwijderen

déshydratation[n]

uitdroging,dehydratie

design[n]

design,ontwerp

designer[n][v]

ontwerper,designer

désillusion[n]
désinfecter[v]

desinfecteren,steriliseren

désinfection[n]
désinformation[n]
désintégration[n]
désintéresser[v]
désinvolte[adj]

onbezorgd,ontspannen

désir[n]

verlangen,begeerte

désirer[v]
désolé[adj]

gebroken van hart,diepbedroefd

désoler[v]

bedroeven,verdrietig maken

désordonné[adj]

onordelijk,rommelig

désordre[n]

wanorde,chaos

désormais[adv]

vanaf nu,voortaan

désosser[v]

ontbenen,het bot verwijderen

desserrer[v]

losmaken,verslappen

dessert[n]

nagerecht,dessert

dessin[n]

tekening,schets

dessin animé[n]

tekenfilm,animatiefilm

dessin humoristique[n]

humoristische tekening,karikatuur

dessiner[v]

tekenen,schetsen

déstabiliser[v]
destinataire[n]

ontvanger,geadresseerde

destination[n]

bestemming,reisdoel

destiner[v]

bestemmen,van plan zijn

destrier[n]

strijdros,oorlogspaard

destruction[n]

vernietiging,verwoesting

désuet[adj]
désunion[n]

verdeeldheid,gebrek aan eenheid

détachant[n]

vlekkenverwijderaar,vlekkenmiddel

détacher[v]

losmaken,ontknopen

détail[n]

detail,bijzonderheid

détaillé[adj]
détartrer[v]
détecter[v]
détecteur de fumée[n]

rookmelder,rookdetector

détendre[v]

ontspannen,kalmeren

détendu[adj]

ontspannen,kalm

détenir[v]

vasthouden,bezitten

détente[n]
détention[n]
détenu[adj]

gevangen,vastgehouden

détergent[n]
détérioration[n]

verslechtering,verval

détérioré[adj]
détériorer[v]

verslechteren,beschadigen

détermination[n]

vastberadenheid,besluitvaardigheid

déterminé[adj]

vastgesteld,bepaald

déterrer[v]
détester[v]

haten,verafschuwen

détour[n]
détournement[n]

omleiding,afleiding

détourner[v]

omleiden,van richting veranderen

détracteur[n]
détresse[n]

kwelling,wanhoop

détruire[v]

vernietigen,verwoesten

détruit[adj]

vernietigd,verwoest

dette[n]

schuld,verplichting

deuil[n]

rouw,treurnis

deux fois[adv]
deuxième[adj]

tweede

devant[prep][adv][n]

voor,tegenover • vooraan,voorop • voorkant,voorzijde

dévastateur[adj]
dévaster[v]

verwoesten,vernietigen

développement[n]

ontwikkeling,vooruitgang

développer[v]

ontwikkelen,uitbreiden

devenir[v][n]
dévêtu[adj]

naakt,onbekleed

dévier[v]
deviner[v]

raden,schatten

devise[n]

motto,leus

dévisser[v]

losschroeven,losdraaien

dévoiler[v]

onthullen,blootleggen

devoir[n][v]

huiswerk,schoolwerk • moeten,verplicht zijn

dévorer[v]

verslinden,opslokken

dévoué[adj]

toegewijd,bestemd

dézipper[v]

de rits openen,de rits losmaken

diabète[n]
diadème[n]

diadeem,tiara

LanGeek
Download de App