Zoeken
deber
[past form: debí][present form: debo]
01
moeten, behoren
expresa obligación, necesidad o probabilidad
Voorbeelden
Debo terminar este proyecto hoy.
Ik moet dit project vandaag afmaken.
02
verschuldigd zijn
tener una obligación de pagar dinero, bienes o servicios a alguien
Voorbeelden
Debemos pagar la factura antes del viernes.
We moeten de rekening voor vrijdag betalen.
03
moeten
expresar suposición o probabilidad sobre algo
Voorbeelden
Debe tener unos cuarenta años.
Hij moet ongeveer veertig jaar oud zijn.
04
moeten
expresar consejo, obligación moral o recomendación
Voorbeelden
No deberías preocuparte tanto.
Je zou je niet zo veel zorgen moeten maken.



























