growl
growl
graʊl
grawl
/ɡraʊl/

Definitie en betekenis van "growl"in het Engels

to growl
01

grommen, knorren

(of animals, particularly dogs) to make a rumbling sound from the throat as a sign of warning
Intransitive
to growl definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
growl
3e persoon enkelvoud
growls
onvoltooid deelwoord
growing
onvoltooid verleden tijd
growled
voltooid deelwoord
growled
Voorbeelden
The protective mother bear growled at any perceived threat to her cubs.
De beschermende moederbeer gromde naar elke waargenomen bedreiging voor haar welpen.
02

grommen, mopperen

to speak in a low, guttural voice, often indicating anger, irritation, or frustration
Voorbeelden
" Do n’t touch that! " he growled, grabbing the object from her.
"Raak dat niet aan!" gromde hij, terwijl hij het voorwerp van haar afpakte.
01

grom, gegrom

a low, guttural sound made by an animal, typically to express anger, threat, or warning
growl definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
growls
Voorbeelden
The bear 's growl echoed through the forest.
Het gegrom van de beer echode door het bos.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store