frozen
frozen
frəʊzn
frewzn
chosencozenambrosian

Definitie en betekenis van "frozen"in het Engels

01

bevroren, verijsd

turned into ice because of cold weather 

icy

frozen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
most frozen
vergrotende trap
more frozen
gradueerbaar
Voorbeelden
The roads were treacherous due to frozen patches of ice. 

De wegen waren gevaarlijk vanwege ijzige plekken.

02

bevroren, diepvries

(of food) kept at a very low temperature to preserve freshness 
frozen definition and meaning
Voorbeelden
She bought frozen vegetables for quick meals. 

Ze kocht diepvriesgroenten voor snelle maaltijden.

03

bevroren, verstijfd

unable to move, often from shock or fear 
Voorbeelden
She stood frozen as the car swerved toward her. 

Ze stond bevroren toen de auto naar haar toe zwenkte.

04

ijzig, koud

displaying a cold or unwelcoming demeanor 
Voorbeelden
Her frozen expression revealed her discomfort in the crowded room. 

Haar bevroren uitdrukking onthulde haar ongemak in de volle kamer.

05

bevroren

(of a bank account or assets) restricted from being accessed or used, usually by legal or financial order 
Voorbeelden
His investment was frozen, leaving him with no quick access to funds. 

Zijn investering werd bevroren, waardoor hij geen snel toegang tot fondsen had.

06

bevroren, ijskoud

(of a person or body parts) feeling extremely cold, often to the point of discomfort 
Voorbeelden
After standing in the snow, she felt frozen to the bone. 

Na in de sneeuw te hebben gestaan, voelde ze zich tot op het bot bevroren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store