Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fall apart
[phrase form: fall]
01
uit elkaar vallen, uiteenvallen
to fall or break into pieces as a result of being in an extremely bad condition
Intransitive
Voorbeelden
After the earthquake, many buildings in the city started to fall apart, posing a significant safety risk.
Na de aardbeving begonnen veel gebouwen in de stad uit elkaar te vallen, wat een aanzienlijk veiligheidsrisico vormde.
02
uiteenvallen, instorten
to experience a mental breakdown
Intransitive
Voorbeelden
When faced with the unexpected challenges, the team seemed to fall apart, losing confidence and cohesion.
Toen ze werden geconfronteerd met onverwachte uitdagingen, leek het team uit elkaar te vallen, vertrouwen en samenhang verliezend.
03
uiteenvallen, instorten
(of an organization or system, or agreement) to experience a breakdown or failure in its structure, operations, or cohesion
Intransitive
Voorbeelden
When the leadership changed, the team dynamics started to fall apart, affecting productivity.
Toen het leiderschap veranderde, begon de teamdynamiek uiteen te vallen, wat de productiviteit beïnvloedde.



























