Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to compel
01
dwingen, noodzaken
to make someone do something
Ditransitive: to compel sb to do sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
compel
3e persoon enkelvoud
compels
onvoltooid deelwoord
compelling
onvoltooid verleden tijd
compelled
voltooid deelwoord
compelled
Voorbeelden
The impending deadline will compel them to complete the project ahead of schedule.
De naderende deadline zal hen dwingen het project voor de tijd te voltooien.
02
dwingen, noodzaken
to cause something to be necessary or to make it inevitable
Transitive: to compel an action or approach
Voorbeelden
The regulations compelled strict adherence to safety protocols.
De voorschriften dwingen tot strikte naleving van de veiligheidsprotocollen.
Lexicale Boom
compelling
compel



























