to compel
com
kəm
kēm
pel
ˈpɛl
pel
dispelresellcartelhillel

Definitie en betekenis van "compel"in het Engels

to compel
01

dwingen, noodzaken

to make someone do something 
Ditransitive: to compel sb to do sth
to compel definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
compel
3e persoon enkelvoud
compels
onvoltooid deelwoord
compelling
onvoltooid verleden tijd
compelled
voltooid deelwoord
compelled
Voorbeelden
The convincing argument compelled her to change her stance on the issue. 

Het overtuigende argument drong haar ertoe haar standpunt over de kwestie te veranderen.

02

dwingen, noodzaken

to cause something to be necessary or to make it inevitable 
Transitive: to compel an action or approach
Voorbeelden
The gravity of the situation compelled a change in our approach. 

De ernst van de situatie drong een verandering in onze aanpak af.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store