Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Chance
01
kans, gelegenheid
a possibility arising from favorable circumstances
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
chances
Voorbeelden
He took the chance to speak up during the meeting.
Hij greep de kans om tijdens de vergadering te spreken.
02
toeval, geluk
an unpredictable factor that influences an event's outcome
Voorbeelden
Life is full of events determined by chance.
Het leven zit vol met gebeurtenissen die worden bepaald door toeval.
03
risico, gevaar
a situation involving risk or danger
Voorbeelden
The climb was fraught with chance.
De klim was vol toeval.
04
waarschijnlijkheid, kans
a numerical measure of the likelihood that an event will occur
Voorbeelden
He knew the chance of winning was slim.
Hij wist dat de kans om te winnen klein was.
05
kans, gelegenheid
an opportunity that allows someone to achieve or do something they desire
Voorbeelden
This is your chance to prove your skills and earn a promotion.
Dit is je kans om je vaardigheden te bewijzen en een promotie te verdienen.
chance
01
toevallig, onbedoeld
happening without any intentional planning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The chance meeting with an old colleague reminded her of past projects.
De toevallige ontmoeting met een oude collega deed haar denken aan vroegere projecten.
to chance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
chance
3e persoon enkelvoud
chances
onvoltooid deelwoord
chancing
onvoltooid verleden tijd
chanced
voltooid deelwoord
chanced
Voorbeelden
It chanced that the rain stopped just in time.
Het gebeurde dat de regen net op tijd stopte.
02
riskeren, proberen
to take a risk in the hope of achieving a favorable result
Voorbeelden
The explorer chanced traveling through unknown territory.
De ontdekkingsreiziger waagde het om door onbekend gebied te reizen.
03
toevallig tegenkomen, per toeval ontdekken
to encounter or come upon something as if by accident
Voorbeelden
He chanced upon a solution while cleaning his desk.
Hij stuitte op een oplossing tijdens het schoonmaken van zijn bureau.
Lexicale Boom
chanceful
chancy
mischance
chance



























