Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
weakly
grammaticale informatie
Voorbeelden
He clutched the railing weakly, trying to stay upright.
Hij greep zwakjes de leuning vast, in een poging overeind te blijven.
Voorbeelden
The leader responded weakly to the crisis.
De leider reageerde zwak op de crisis.
1.2
zwak, op een niet overtuigende manier
in an unconvincing or poorly supported way
Voorbeelden
Her story is only weakly connected to the facts.
Haar verhaal is slechts zwak verbonden met de feiten.
weakly
01
zwak, krachteloos
physically frail or lacking in strength or vitality
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
kwalitatief
overtreffende trap
most weakly
vergrotende trap
more weakly
gradueerbaar
Voorbeelden
He had always been a bit weakly and could n't keep up with the others.
Hij was altijd een beetje zwak en kon de anderen niet bijhouden.
Lexicale Boom
weakly
weak



























