trouble
trou
ˈtrʌ
tra
ble
bəl
bēl
nubblebubbledouble

Definitie en betekenis van "trouble"in het Engels

01

probleem, moeilijkheid

the fact or situation of causing a difficulty 
trouble definition and meaning
02

probleem, moeilijkheid

a difficult or problematic situation that can cause stress, anxiety or harm 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
Voorbeelden
He found himself in trouble after missing several important deadlines at work. 

Hij kwam in de problemen nadat hij verschillende belangrijke deadlines op het werk had gemist.

03

probleem, moeite

angry or violent behavior that causes disturbance or conflict 
Voorbeelden
The loud shouting caused trouble in the street. 

Het luide geschreeuw veroorzaakte problemen op straat.

04

probleem, moeilijkheid

an event causing distress or pain 
05

moeite, probleem

an effort that is inconvenient 
06

angst, zorgen

a strong feeling of anxiety 
07

probleem, ongewenste zwangerschap

an unwanted pregnancy 
08

ziekte, pijn

illness or pain 
to trouble
01

problemen veroorzaken, zorgen baren

to create problems for someone, resulting in hardship 
Transitive: to trouble sb
to trouble definition and meaning
Voorbeelden
The financial crisis troubled many families, causing stress and uncertainty. 

De financiële crisis veroorzaakte problemen voor veel gezinnen, wat leidde tot stress en onzekerheid.

02

verontrusten, storen

to cause emotional distress or unease in someone 
Transitive: to trouble sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
trouble
3e persoon enkelvoud
troubles
onvoltooid deelwoord
troubling
onvoltooid verleden tijd
troubled
voltooid deelwoord
troubled
Voorbeelden
The tragic news deeply troubled her for days. 

Het tragische nieuws heeft haar dagenlang diep verontrust.

03

lastigvallen, storen

to create difficulty, inconvenience, or disruption for someone 
Transitive: to trouble sb
Voorbeelden
I didn’t mean to trouble you by asking for more time on the project. 

Ik wilde je niet lastigvallen door meer tijd voor het project te vragen.

04

lastigvallen, kwellen

to cause someone physical discomfort or distress 
Transitive: to trouble sb
Voorbeelden
The sharp twist in his ankle troubled him for weeks after the fall. 

De scherpe draai in zijn enkel plaagde hem wekenlang na de val.

05

de moeite nemen, zich inspannen

to make the necessary effort or take the time to do something 
Transitive: to trouble to do sth
Voorbeelden
He didn’t trouble to explain his reasons, leaving everyone confused. 

Hij nam niet de moeite om zijn redenen uit te leggen, waardoor iedereen in verwarring achterbleef.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store