Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bewilder
01
verbijsteren, verwarren
to confuse someone, leaving them uncertain
Transitive: to bewilder sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bewilder
3e persoon enkelvoud
bewilders
onvoltooid deelwoord
bewildering
onvoltooid verleden tijd
bewildered
voltooid deelwoord
bewildered
Voorbeelden
The unexpected behavior of the animals bewildered the zookeepers.
Het onverwachte gedrag van de dieren verwarde de dierentuinverzorgers.
Lexicale Boom
bewildered
bewildering
bewilderment
bewilder



























