Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
strange
01
vreemd, raar
having unusual, unexpected, or confusing qualities
Voorbeelden
It 's strange that he did n't call, he's usually so punctual.
Vreemd dat hij niet heeft gebeld, hij is meestal zo stipt.
Voorbeelden
His accent was strange, unlike anything she had heard in her hometown.
Zijn accent was vreemd, anders dan alles wat ze in haar geboorteplaats had gehoord.
03
vreemd, ongewoon
not in line with one's usual habits, customs, or way of life
Voorbeelden
His manner of speaking was strange to the new employees, who were used to a more formal approach.
Zijn manier van spreken was vreemd voor de nieuwe werknemers, die gewend waren aan een meer formele aanpak.
Lexicale Boom
strangely
strangeness
strange



























