Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to splurge
01
verkwisten, zich verwennen
to spend a lot of money on something trivial that one does not really need
Intransitive: to splurge on something unnecessary
Voorbeelden
The family is currently splurging on a tropical vacation for the summer.
Het gezin geeft op dit moment veel geld uit aan een tropische vakantie voor de zomer.
02
pronken, opscheppen
to attract attention to oneself by showing off
Intransitive
Voorbeelden
The influencer splurged by posting pictures of her luxury vacation.
De influencer pronkte door foto's van haar luxe vakantie te posten.
03
verkwisten, zich verwennen
to use money extravagantly on something, often for indulgence or luxury
Transitive: to splurge money on something unnecessary
Voorbeelden
The couple splurged a fortune on renovating their dream home.
Het stel verkwistte een fortuin aan het renoveren van hun droomhuis.
Splurge
01
an act of excessive indulgence, often involving spending or consumption beyond usual limits
Voorbeelden
He allowed himself a splurge of chocolates after dieting all week.
02
a showy display of effort, wealth, or extravagance
Voorbeelden
The party was a splurge of music, costumes, and fireworks.



























