Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
most rigid
vergrotende trap
more rigid
gradueerbaar
Voorbeelden
The ruler was made of rigid plastic, ensuring accurate measurements.
De liniaal was gemaakt van stug plastic, wat nauwkeurige metingen garandeerde.
02
stijf, verstijfd
(of a person or body part) held stiff and motionless due to fear, shock, or strong tension
Voorbeelden
He stood rigid with fear, unable to take a step.
Hij stond stijf van angst, niet in staat een stap te zetten.
03
rigide, onbuigzaam
unwilling to change or adapt, especially in attitudes or beliefs
Voorbeelden
His rigid views on education prevented any discussions on reform.
Zijn rigide opvattingen over onderwijs verhinderden elke discussie over hervorming.
04
stijf, met stijf frame
describing an airship or dirigible whose shape is maintained by a stiff, unyielding frame
Voorbeelden
The Hindenburg was a famous rigid airship.
De Hindenburg was een beroemde rigide luchtschip.
Lexicale Boom
nonrigid
rigidify
rigidity
rigid



























